Bevorderingsnormen 2018-2019
De bevorderingsnormen staan in de PTO/PTA's.
Regeling herkansingen
In de jaarplanning zijn twee herkansingsmomenten opgenomen: in februari en in juni. Leerlingen mogen beide keren één mislukte toets (van zwaarte 3 of 4)  herkansen. Het hoogste cijfer telt.
Na periode 1, 2, 3 en 4 hebben de leerlingen de mogelijkheid om één toets (examentoets of voortgangstoets) te herkansen. Geen beperking op basis van het eerder behaalde cijfer. Het hoogste cijfer telt. Het is niet mogelijk herkansingen te “sparen”. In het PTA staat aangegeven welke toetsen herkansbaar zijn.
De herkansing vindt plaats ongeveer twee weken na het eind van elke periode.
In V4 kunnen NT- en NG-leerlingen eventueel een herexamen wiskunde A doen om een 5 bij wiskunde B weg te werken (in V5 wordt dan NG gevolgd met wiskunde A)
Na periode 1, 2 en 3 hebben de leerlingen de mogelijkheid om één examentoets te herkansen. Het kan een toets zijn uit de net afgesloten periode maar ook uit de periode daarvoor. De tweede herkansing mag dus zowel een toets uit de eerste als de tweede periode betreffen en de derde herkansing een toets uit de tweede of derde periode. Een toets mag maar één keer herkanst worden. Er is geen beperking op basis van het eerder behaalde cijfer. Het hoogste cijfer telt. Het is niet mogelijk herkansingen te “sparen”. In het PTA staat aangegeven welke toetsen herkansbaar zijn. De herkansing vindt plaats ongeveer twee weken na het eind van elke periode.
In de bovenbouw wordt een aantal vakken gegeven waarvoor geen centraal examen is, maar alleen een schoolexamen: ckv, lichamelijke opvoeding, maatschappijleer en onderzoek & ontwerpen. Het cijfer van het schoolexamen telt volwaardig mee bij de uitslagbepaling van het examen. Veel van deze vakken worden al in het voorexamenjaar afgesloten. De leerlingen die als eindcijfer van deze afgesloten vakken een onvoldoende hebben, mogen per leerjaar voor één zo’n vak een herexamen afleggen. Dit herexamen staat los van de bovengenoemde herkansingsregeling en van de herexamenregeling van het centraal examen.
Vrijstellingen
De wet- en regelgeving in het voortgezet onderwijs geeft schooldirecties in zeer beperkte mate de mogelijkheid leerlingen in de onderbouw vrij te stellen van het volgen van de vakken Frans of Duits. Het Libanon Lyceum kiest voor de volgende gedragslijn: Er kan alleen sprake van een vrijstelling zijn wanneer de leerling over een officiële dyslexieverklaring beschikt (verstrekt door een gz-psycholoog). Een leerling kan slechts voor één vak worden vrijgesteld: Frans of Duits. Het eerste moment waarop een vrijstelling aangevraagd kan worden is vanaf eind januari in klas 2. De leerling moet voldoen aan de aanvullende criteria (info hierover bij de orthopedagoog mw. P.C.M. Jacobs jcs@llr.nl). De vrijstelling geldt niet voor havo en vwo. Voor vrijstellingen in de bovenbouw verwijzen wij naar de website van het Ministerie van Onderwijs http://wetten.overheid.nl/BWBR0004593/2016-08-01

Procedure
De vrijstelling kan door iedereen (ouders, leerling, docenten, remedial teacher, teamleider) worden aangevraagd. Er vindt altijd overleg plaats met leerling en ouders. Het besluit wordt genomen door de directie na overleg met de remedial teacher en het docententeam. Het besluit wordt schriftelijk bevestigd inclusief de consequenties voor de vakkenpakketkeuze in de bovenbouw.
proefwerkpapier
Dyslexie
Leerlingen met de diagnose dyslexie komen in aanmerking voor extra begeleiding door de orthopedagoog/dyslexiecoach. De begeleiding is erop gericht de leerling zelfstandig te maken waar het zijn/haar eigen leerproces betreft. Er wordt aandacht besteed aan het omgaan met de dyslexie, een goede studie aanpak, het gebruik van hulpmiddelen en/of specifieke ondersteuning voor de moderne vreemde talen. In het tweede leerjaar krijgen de leerlingen met (complexe) dyslexie ondersteuning op verzoek. In de hogere leerjaren blijft de orthopedagoog het aanspreekpunt en wordt samen met de leerling gezocht naar oplossingen bij leerproblemen. Bij alle dyslectische leerlingen wordt in kaart gebracht tegen welke specifieke (leer)problemen zij aanlopen.

Indien een leerling geen officiële dyslexieverklaring heeft maar er is een vermoeden van dyslexie dan volgt een
screeningonderzoek en eventueel extern onderzoek door een psycholoog of orthopedagoog. De leerling krijgt dan een voorlopige dyslexiepas die maximaal 3 maanden geldig is. In die tijd heeft de leerling recht op extra tijd bij toetsen. De officiële dyslexieverklaring dient afgegeven te zijn door een GZ-psycholoog.

De dyslectische leerlingen hebben recht op extra tijd bij toetsen: 10 minuten voor toetsen van 50 minuten, 20 minuten voor toetsen van 100 minuten. Toetsen worden gegeven in lettertype Arial12. Bij het centraal examen hebben de leerlingen recht op een standaard tijdsverlenging van 30 minuten. Bij de moderne vreemde talen geldt dat bij de normering van de toetsen rekening wordt gehouden met het feit dat deze leerlingen veel moeite hebben met het juist spellen van woorden.
Daarbij wordt aangetekend dat ook bij hen de spelling wel degelijk wordt meegewogen in het cijfer maar dat hiervoor een maximum aantal aftrekpunten geldt. Een uitzondering geldt voor de toetsen spelling Nederlands waarbij het de spelling is die wordt beoordeeld en bij toetsen Engels, Frans en Duits waarbij het woordenboek gebruikt mag worden. Bij deze toetsen gelden voor alle leerlingen dezelfde normen. Bij het Centraal Examen gelden de voorschriften voor spellingcorrectie zoals door de overheid voorgeschreven. Spelling weegt echter voor alle leerlingen nooit zwaarder dan ongeveer een tiende van het totaal aantal te behalen punten. Een (dyslectische) leerling kan nooit meer dan één punt aftrek krijgen voor spelling en kan deze compenseren door tekstbegrip en andere taalvaardigheden. Het centraal examen wordt gedrukt in Arial12 en kent geen vergrotingen.